In 1968 kwam de Gereformeerde Synodie terug op het besluit van de Synode van Assen in 1926. Kort daarop werd de inmiddels hervormde Buskes uitgenodigd om in de gereformeerde kerk te komen preken. Een fragment van de preek is in de uitzending te beluisteren.
 
De tweede uitzending bevat onder andere radiopraatjes over tolerantie, over kritische reacties van zijn luisteraars en over zijn zijn gespannen relatie tot de kerk.
Johannes Jacobus Buskes werd op 16 september 1899 geboren in Utrecht in een gereformeerd gezin. Zijn vader had een meubelzaak. Buskes wilde medicijnen studeren, maar uiteindelijk koos hij toch voor de theologie. In 1917 begon hij zijn studie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

In 1924 werd hij predikant van de Gereformeerde Kerk van Oosterend op Texel. In 1926 raakte hij betrokken bij de kwestie-Geelkerken. De synode van Assen veroordeelde dominee Geelkerken vanwege een meningsverschil over het spreken van de slang in het paradijs. Geelkerken was daar niet van overtuigd en Buskes was het met hem eens.

Gereformeerden die de mening van Geelkerken deelden, verenigden zich als Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband. In Amsterdam-Zuid was zo’n gemeente ontstaan en Buskes werd er in 1926 predikant.

Hij wisselde nogal eens van gemeente: weer terug naar Texel, dan weer naar Amsterdam-Zuid, toen naar Rotterdam. In 1943 werd hij hervormd predikant in Amsterdam, speciaal voor het werk onder de arbeiders.

Buskes was links en stond bekend als ‘de rooie dominee’. Hij was een antimilitarist, maar hij verzette zich wel tegen het fascisme en de bezetting van Duitsland. Na de oorlog werd hij lid van de SDAP en de PvdA. Hij verzette zich ook fel tegen apartheid en kolonialisme.

Buskes was geen beroemd theoloog, maar wel een groot en geliefd prediker. Hij was erg geïnspireerd door Karl Barth. Door zijn maatschappelijke betrokkenheid vroeg men hem vaak om voor de radio en op protestbijeenkomsten te spreken. Hij schreef veel boeken en artikelen.

Hij heeft zijn verdere leven in Amsterdam gewoond en gewerkt. Na zijn werk onder de arbeiders kwam er een periode dat hij wijkpredikant was. Om gezondheidsredenen moest hij het kalmer aan gaan doen en werd hij ziekenhuispredikant. In 1961 is hij met vervroegd emeriataat gegaan. Op 9 maart 1980 overleed hij in Amsterdam aan een hartinfarct.