Frank en zijn vrouw houden van de warmte. Buiten is het helemaal niet koud, maar toch slaat de hitte je al tegemoet voor je het kleine appartementje op het asielzoekerscentrum (AZC) betreedt. Frank en zijn twee kinderen hebben al vier jaar de vluchtelingenstatus. Het raam mag niet open, want de oudste van de kinderen is ziek. De vloerbedekking zit vast met plakband, aan de wanden prijken geen versieringen en in het midden van de kamer staat een tafel die waarschijnlijk door iemand van buiten het centrum is afgedankt. Aan alles is te zien dat het hier om een tijdelijk vluchtelingenonderdak gaat. Buiten op het AZC-terrein krioelt het van donkere kindertjes op Nederlandse fietsjes. Mannen staan allerlei zaken te bespreken en vanuit keukenraampjes ontsnappen exotische etensluchtjes. Hier wordt geleefd, maar hier wordt ook aan veel moois herinnerd wat er niet meer is.
Frank straalt nuchterheid en geduld uit. Dat moet je ook wel hebben in een asielprocedure. Franks ogen zijn vriendelijk, maar beslist. Hij weet wat hij wil zeggen en wat niet.