
Het Nederlandse woord ‘Bijbel’ komt van de Griekse woorden biblos en biblion. ‘Biblios’ werd in het Grieks gebruikt voor ‘geslachtsregister’ en ‘boek’. ‘Biblion’ is een verkleinwoord van biblos is en betekent ‘boekje’. Zo staat er in Lucas 4:17 de volgende zin: ‘en Hem werd het boek (biblion) van de profeet Jesaja ter hand gesteld en toen Hij het boek (biblion) geopend had...’ Het woord biblos had oorspronkelijk betrekking op de pulp van de papyrus-stengels waarvan men in de oudheid boeken maakte.
De Bijbel is weliswaar één boek, maar tegelijkertijd ook een verzameling van meerdere boeken. De 66 boeken in de bijbel zijn geschreven door ten minste veertig verschillende auteurs, over een periode van niet minder dan 1500 jaar. Ook al hebben die auteurs elkaar niet gekend, toch zijn de eenheid en de continuïteit van al deze boeken zo duidelijk dat men zich wel moet afvragen of hier geen sprake is van één auteur; niemand anders dan God Zelf.
Deze vraag bestaat eigenlijk uit twee vragen: is de Bijbel als boek betrouwbaar (klopt het allemaal historisch), maar belangrijker nog, is de openbaring van God, die je in de Bijbel tegenkomt betrouwbaar en geloofwaardig.


