EO logo
TV | Radio | Thema's | Over Jezus | A-Z index
Moment a.u.b...
sluiten
 
Wachtwoord vergeten?
Christelijk Geloof
Een introductie
Christelijk Geloof
  • Christelijk geloof saai
  • Wie is Jezus?
    • Het leven van Jezus
    • Zoon van God
      • De Goddelijkheid van Jezus
      • Wat is jouw beeld van Jezus?
      • Wat Jezus over zichzelf zegt (1)
      • Wat Jezus over zichzelf zegt (2)
      • Jezus is mijn identiteit
    • De boodschap van Jezus
    • Jezus in de film
    • Waarom stierf Hij aan het kruis?
  • Geloven en praktijk
  • De Heilige Geest en mijn leven
  • Het kwaad en Gods hulp
  • Met God op stap
  • Inspirerende christenen
  • Video-archief
  • Audio-archief
  • Artikelen-archief
  • Colofon & contact
Wie is Jezus? > Zoon van God
10 september 2010
Jezusbeeld
Jezusbeeld
(klik op een afbeelding voor een vergroting)

De Goddelijkheid van Jezus

Is er bewijs voor?
De goddelijkheid van Jezus wordt bewezen door een drietal kenmerken uit zijn leven: hoe Hij in deze wereld kwam, wie Hij was hier op aarde en wat Hij gedaan heeft.

Hoe Hij hier op aarde kwam

Jezus kwam op unieke wijze hier op aarde. Hij werd namelijk geboren uit een maagd. Wanneer Jozef verneemt dat Maria, met wie hij verloofd was, zwanger is dan vertelt een engel wat er aan de hand is: ‘Jozef, zoon van David, schroom niet Maria, uw vrouw, tot u te nemen, want wat in haar verwekt is, is uit de Heilige Geest. Zij zal een zoon baren en gij zult Hem de naam Jezus geven. Want Hij is het, die zijn volk zal redden van hun zonden. Dit alles is geschied, opdat vervuld zou worden hetgeen de Here door de profeet gesproken heeft, toen hij zeide: Zie, de maagd zal zwanger worden en een zoon baren, en men zal Hem de naam Immanuël geven, hetgeen betekent: God met ons. Toen Jozef uit zijn slaap ontwaakt was, deed hij, zoals de engel des HEREN hem bevolen had en hij nam zijn vrouw tot zich. En hij had geen gemeen-schap met haar, voordat zij een zoon gebaard had. En hij gaf Hem de naam Jezus’ (Mattheüs 1:20b-25).
Deze engel verschijnt ook aan Maria en vertelt haar dat zij een kind ter wereld zou brengen, ondanks dat zij geen gemeenschap met een man gehad had. De Heilige Geest zou haar overschaduwen en daarom zou haar zoon de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden. Als Maria daar wat verbouwereerd bij staat te kijken, voegt de engel toe, dat bij God niets onmogelijk is (Lucas 2:27-35). Dit maakt de maagdelijke geboorte tot een wonder, dat je slechts kunt geloven of niet. Maar er zijn meer aanwijzingen om te geloven in de goddelijkheid van Jezus en zijn maagdelijke geboorte.
In het Oude Testament (het gedeelte van de Bijbel vóór Jezus’ geboorte) wordt de bovennatuurlijke maagdelijke geboorte al voorzegd. In het begin al, toen de mens voor het eerst zondigde en God hen terecht wees, belooft God al een oplossing door een redder, die ‘het zaad van de vrouw’ (Genesis 3:15) zal zijn. Later volgen dan de profeten zoals Jesaja, die voorzei: “Daarom zal de Here zelf u een teken geven: Zie, de jonkvrouw zal zwanger worden en een zoon baren; en zij zal hem de naam Immanuël geven.” (Jesaja 7:14). Verder spreekt de Bijbel voortdurend over Jezus als de ‘eniggeborene van de Vader’.

Wie Hij was hier op aarde

In wie Jezus was hier op aarde vinden wij een tweede aspect, dat wijst op de goddelijkheid van Jezus. Jezus had een goddelijke en een menselijke natuur. Hij was zowel de Christus als Jezus van Nazareth. Hij was zowel de Zoon van God als de Zoon van de mensen. Toch was Hij maar was één persoon, niet twee en ook geen dubbele persoonlijkheid. Jezus was een echt mens. Hij werd als mens geboren, groeide op als een gewoon kind en stierf als een mens. De Bijbel benadrukt de menselijke natuur van Jezus. Praktisch reikt het ons twee geslachtsregisters aan, één van Jozef en één van Maria, waardoor de mens Jezus in de geslachten wordt opgenomen. Theologisch wijst Johannes ons erop dat wij geen afbreuk mogen doen aan de menselijkheid van Jezus (1 Johannes 4:1-3). Van zijn menselijke natuur leren wij, dat Jezus precies zoals ieder mens verzocht werd, maar zonder te zondigen. Dit kon omdat Jezus zijn menselijke natuur voortdurend onderwierp aan zijn goddelijke natuur. Zijn goddelijke natuur herkennen wij in de profeten van het Oude Testament, die zijn komst aankondigden en Hem daarbij goddelijke namen gaven, zoals ‘machtige God’, ‘eeuwige Vader’ en ‘Immanuël’.
Jezus zelf erkende ook zijn goddelijke natuur. Onder andere als Thomas hem aanspreekt met ‘Mijn Here en mijn God’. Daarnaast zegt Jezus, dat Hij één was met God: ‘Ik en de Vader zijn één’ (Johannes 10:30) en ‘Wie mij heeft gezien, heeft de Vader gezien’ (Johannes 14:9). Tot God de Vader spreekt Hij zelfs over zijn bestaan van voor de wereld: ‘En nu, Vader, verheerlijk mij bij Uzelf met de heerlijkheid, die Ik bij U had, eer de wereld was’ (Johannes 17:5)
Tenslotte wordt zijn goddelijkheid bewezen door het feit dat Jezus tijdens zijn wandel op aarde aanbeden werd. De Bijbel wijst er nadrukkelijk op dat aanbidding alleen aan God is voorbehouden. Toch ontving Jezus Christus oprechte aanbidding, zonder dat Hij er bezwaar tegen maakte of protesteerde. Vanaf zijn geboorte door de wijzen uit het Oosten, tot zijn discipelen, die voor Hem neervallen en zeiden: “Waarlijk, Gij zijt Gods Zoon” (Mattheüs 14:33).

Wat Hij deed op aarde

Een derde aspect dat wijst op de goddelijkheid van Jezus is wat Hij deed op aarde. Zijn werken kunnen onderverdeeld worden in drie categorieën: Zijn werk als profeet, priester en als Koning. Als Profeet verkondigt Hij een boodschap, als Priester draagt Hij de zonden en als Koning regeert Hij.
Als profeet verkondigde Hij de blijde boodschap dat er een nieuwe tijd zou aanbreken. Het Nieuwe Testament vermeldt bijna vijftig toespraken van Jezus. De bekendste daarvan is de Bergrede. De prediking van Jezus was revolutionair. Hij riep mensen op tot bekering door hun handel en wandel te veranderen, maar Jezus predikte toch niet als een ondergangsprofeet. Hij gaf de mensen altijd hoop en de mensen stonden versteld van de woorden van genade, die Hij sprak. Als profeet voorspelde Hij ook toekomstige gebeurtenissen zoals Zijn eigen dood en opstanding (Mattheüs 16:21), de vervolging van de gemeente (Lucas 12:11), de komst van de Heilige Geest (Johannes 16:7-11) en de verwoesting van de tempel en de stad Jeruzalem in 70 na Christus (Lucas 19:43 en 21:6).
Als priester droeg Hij de zonde van de mensen. Hierbij doet zich de opmerkelijke omstandigheid voor, dat Jezus in één persoon zowel de priester als het offer was. ‘Want er is één God en één middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus’ (1 Titus 2:5). Als priester vertegenwoordigt Hij ons ook bij de Vader en bidt voor ons (Romeinen 8:34)
Jezus werd als Koning op aarde geboren. ‘Waar is de Koning der Joden, die geboren is?’ (Mattheüs 2:2). En Hij kwam om zijn Koninkrijk te vestigen, zoals Johannes de Doper aangekondigde: ‘Het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen’ (Mattheüs 3:2). Ook werd Hij als een koning veroordeeld. Op zijn kruis stond het opschrift ‘Jezus van Nazareth, Koning der Joden’ (Johannes 19:19). Toen Pilatus Hem vroeg of Hij een koning was, antwoordde Hij: ‘Mijn Koninkrijk is niet van deze wereld’ (Johannes 18:36), waarmee Hij aangaf dat het Koninkrijk van God van een andere, geestelijke orde is.
mail deze pagina naar
printversie
copyright © Evangelische Omroep
zie ook:
video:
video:
logo Publieke Omroep