9 september 2010
Bijbelstudies over een persoon
Als we een studie over een persoon in de Bijbel gaan maken, doen we er wijs aan om de volgende stappen te zetten:
a. ons materiaal afbakenen
Waar treffen we het materiaal over persoon X of Y aan? We dienen in de eerste plaats onze stof af te bakenen.
Dat is niet helemaal zo eenvoudig en vanzelfsprekend als het lijkt. Als we Abraham willen bestuderen, kijken we uiteraard allereerst in Genesis, maar ook in het Nieuwtestamentische Brief aan de Hebreeën komt Abraham in beeld, en ook in Paulus’ Brieven aan de Romeinen en Galaten. Daarnaast wordt hij een aantal keren genoemd in Exodus en Deuteronomium, de Psalmen, een aantal profeten en de Evangeliën. Eigenlijk moeten we bij de afbakening van materiaal bij Abraham al heel wat “voorwerk” doen. Niet elke tekst blijkt dan even noodzakelijk voor ons doel. Het gedeelte in Genesis blijft uiteraard het voornaamste gedeelte.
Nu is dat tamelijk uitzonderlijk, alhoewel we iets vergelijkbaars kunnen vinden bij Mozes, David en Elia, om geen andere Oudtestamentische personen te noemen (wat bedoel je?)..
In de meeste gevallen kunnen we volstaan met een kort gebruik van een goede Concordantie, een Bijbels trefwoordenboek. Daarbij komen een aantal mogelijkheden aan het licht zoals:
* De naam Izaak komt voor in Genesis 17:19, waar zijn geboorte wordt aangekondigd en Genesis 21, als hij inderdaad ter wereld komt. In Genesis 35:29 wordt zijn sterven gemeld. Er blijkt maar één Izaak te zijn; dat is wel gemakkelijk! Waar in tussenliggende hoofdstukken over “Izaak” wordt gesproken gaat het overduidelijk over hem.
Zo is er ook maar één Ezau, één Mozes, Aaron, Mirjam, één David, Salomo, Elia en Elisa, Esther, Haggaï, Jona, Petrus, Andreas, Barnabas.
Er zijn echter tenminste twee bekende mannen die Jozef heetten, twee die Johannes heetten, meer dan één Judas, etc. Besef dat wel.
* Er is ook maar één Koning Asa, maar die komt wèl in twee boeken voor nl. 1 Koningen (15:11 en volgende) en 2 Kronieken (14:2 e.v.)! Deze twee boeken behandelen beide de regering van de koningen van Juda, het Rijk van de Twee Stammen. Deze twee Bijbelboeken vullen elkaar geregeld aan. We hebben ze beide nodig! Raadpleeg dus beide.
* Er is ook één koning Joas (2 Koningen 11: 2vv.; 2 Kronieken 22:11vv.) Dan moet je echter wel nagaan: is deze Joas dezelfde als in 1 Koningen 22:26vv. en 2 Kronieken 18:25vv. al genoemd wordt? En dezelfde als de “Joas” van Richteren 6 en 7? (Dat blijkt pertinent onmogelijk! Die is geen koning geweest en leefde te vroeg om dezelfde te kunnen zijn.) Is het dezelfde Joas als we aantreffen in 1 Kronieken 7:8, 12:13, 27:28? Daar valt wel uit te komen.
* Sauls zoon Jonathan komt voor in het boek 1 Samuël, vanaf hoofdstuk 13:2. Hij verschijnt ook (uitvoerig) ten tonele in hoofdstuk 14, 18, 19, 20 en 23. Zijn tragische dood wordt gemeld in hoofdstuk 31.
Het blijkt echter dat hij ook nog genoemd wordt in 2 Samuël 1 en (via zijn enige overlevende zoon Mefiboseth) in hoofdstuk 4 en 9. Daar is de naam van Jonathan erg relevant, terwijl in stukken als 2 Samuël 17 en 21 de betekenis van Jonathan wellicht minder groot is.
Het is dan nuttig te concluderen dat de “Jonathan” die genoemd wordt in Richteren 13:30 een ander moet zijn, die vroeger leefde. Teksten als 2 Samuël 15:27, 36 en 1 Koningen 1:42,42???gaan ook over een ander!
* De Bijbelse aartsvader Jakob treffen we aan in het boek Genesis, maar het is goed te beseffen dat hij ook aangeduid wordt als “Israël”. Om hem te vinden moeten we in de Concordantie dus “Jakob” opslaan. Dan komen we uit bij Genesis 25:26 waar hij voor het eerst genoemd wordt.
We merken dat zijn dood vermeld wordt in Genesis 49:33. Hoofdstuk 50, het laatste hoofdstuk van Genesis, vermeldt zijn begrafenis en de rouw die om hem bedreven wordt. In combinatie met “zonen/kinderen van”, “het verbond met” etc. wordt zijn naam ook later aangetroffen. In Genesis 32:28 krijgt deze Jakob van God echter de naam Israël”. Om zijn verhaal min-of-meer volledig te hebben, moeten we dus ook “Israël” opzoeken. (Tegelijk, juist de naam “Israël” betekent soms ook het hele volk, of de Tien Stammen, dus voorzichtigheid is geboden.)
* De profeet Micha komt uiteraard allereerst voor in het boek dat naar hem genoemd is. We kunnen een beeld krijgen van zijn karakter, zoals dat daar naar voren komt. Goed mogelijk is hij echter ook de profeet die wordt geïntroduceerd in 1 Koningen 22, maar hij is beslist niet de persoon die we in Richteren 17 en 18 tegenkomen! Er blijken in de Bijbel diverse Micha’s voor te komen. In de praktijk is dat echter niet zo moeilijk om in de gaten te krijgen.
Hierbij blijkt zowel het nut van een goede Concordantie. Het helpt ons om alle “relevante gedeelten” over een persoon op het spoor te komen. In enkele gevallen kan het ons echter op een dwaalspoor brengen en maken we één levensverhaal van twee verschillende mensen…
Dat is niet helemaal zo eenvoudig en vanzelfsprekend als het lijkt. Als we Abraham willen bestuderen, kijken we uiteraard allereerst in Genesis, maar ook in het Nieuwtestamentische Brief aan de Hebreeën komt Abraham in beeld, en ook in Paulus’ Brieven aan de Romeinen en Galaten. Daarnaast wordt hij een aantal keren genoemd in Exodus en Deuteronomium, de Psalmen, een aantal profeten en de Evangeliën. Eigenlijk moeten we bij de afbakening van materiaal bij Abraham al heel wat “voorwerk” doen. Niet elke tekst blijkt dan even noodzakelijk voor ons doel. Het gedeelte in Genesis blijft uiteraard het voornaamste gedeelte.
Nu is dat tamelijk uitzonderlijk, alhoewel we iets vergelijkbaars kunnen vinden bij Mozes, David en Elia, om geen andere Oudtestamentische personen te noemen (wat bedoel je?)..
In de meeste gevallen kunnen we volstaan met een kort gebruik van een goede Concordantie, een Bijbels trefwoordenboek. Daarbij komen een aantal mogelijkheden aan het licht zoals:
* De naam Izaak komt voor in Genesis 17:19, waar zijn geboorte wordt aangekondigd en Genesis 21, als hij inderdaad ter wereld komt. In Genesis 35:29 wordt zijn sterven gemeld. Er blijkt maar één Izaak te zijn; dat is wel gemakkelijk! Waar in tussenliggende hoofdstukken over “Izaak” wordt gesproken gaat het overduidelijk over hem.
Zo is er ook maar één Ezau, één Mozes, Aaron, Mirjam, één David, Salomo, Elia en Elisa, Esther, Haggaï, Jona, Petrus, Andreas, Barnabas.
Er zijn echter tenminste twee bekende mannen die Jozef heetten, twee die Johannes heetten, meer dan één Judas, etc. Besef dat wel.
* Er is ook maar één Koning Asa, maar die komt wèl in twee boeken voor nl. 1 Koningen (15:11 en volgende) en 2 Kronieken (14:2 e.v.)! Deze twee boeken behandelen beide de regering van de koningen van Juda, het Rijk van de Twee Stammen. Deze twee Bijbelboeken vullen elkaar geregeld aan. We hebben ze beide nodig! Raadpleeg dus beide.
* Er is ook één koning Joas (2 Koningen 11: 2vv.; 2 Kronieken 22:11vv.) Dan moet je echter wel nagaan: is deze Joas dezelfde als in 1 Koningen 22:26vv. en 2 Kronieken 18:25vv. al genoemd wordt? En dezelfde als de “Joas” van Richteren 6 en 7? (Dat blijkt pertinent onmogelijk! Die is geen koning geweest en leefde te vroeg om dezelfde te kunnen zijn.) Is het dezelfde Joas als we aantreffen in 1 Kronieken 7:8, 12:13, 27:28? Daar valt wel uit te komen.
* Sauls zoon Jonathan komt voor in het boek 1 Samuël, vanaf hoofdstuk 13:2. Hij verschijnt ook (uitvoerig) ten tonele in hoofdstuk 14, 18, 19, 20 en 23. Zijn tragische dood wordt gemeld in hoofdstuk 31.
Het blijkt echter dat hij ook nog genoemd wordt in 2 Samuël 1 en (via zijn enige overlevende zoon Mefiboseth) in hoofdstuk 4 en 9. Daar is de naam van Jonathan erg relevant, terwijl in stukken als 2 Samuël 17 en 21 de betekenis van Jonathan wellicht minder groot is.
Het is dan nuttig te concluderen dat de “Jonathan” die genoemd wordt in Richteren 13:30 een ander moet zijn, die vroeger leefde. Teksten als 2 Samuël 15:27, 36 en 1 Koningen 1:42,42???gaan ook over een ander!
* De Bijbelse aartsvader Jakob treffen we aan in het boek Genesis, maar het is goed te beseffen dat hij ook aangeduid wordt als “Israël”. Om hem te vinden moeten we in de Concordantie dus “Jakob” opslaan. Dan komen we uit bij Genesis 25:26 waar hij voor het eerst genoemd wordt.
We merken dat zijn dood vermeld wordt in Genesis 49:33. Hoofdstuk 50, het laatste hoofdstuk van Genesis, vermeldt zijn begrafenis en de rouw die om hem bedreven wordt. In combinatie met “zonen/kinderen van”, “het verbond met” etc. wordt zijn naam ook later aangetroffen. In Genesis 32:28 krijgt deze Jakob van God echter de naam Israël”. Om zijn verhaal min-of-meer volledig te hebben, moeten we dus ook “Israël” opzoeken. (Tegelijk, juist de naam “Israël” betekent soms ook het hele volk, of de Tien Stammen, dus voorzichtigheid is geboden.)
* De profeet Micha komt uiteraard allereerst voor in het boek dat naar hem genoemd is. We kunnen een beeld krijgen van zijn karakter, zoals dat daar naar voren komt. Goed mogelijk is hij echter ook de profeet die wordt geïntroduceerd in 1 Koningen 22, maar hij is beslist niet de persoon die we in Richteren 17 en 18 tegenkomen! Er blijken in de Bijbel diverse Micha’s voor te komen. In de praktijk is dat echter niet zo moeilijk om in de gaten te krijgen.
Hierbij blijkt zowel het nut van een goede Concordantie. Het helpt ons om alle “relevante gedeelten” over een persoon op het spoor te komen. In enkele gevallen kan het ons echter op een dwaalspoor brengen en maken we één levensverhaal van twee verschillende mensen…
b. aandachtig en nauwkeurig lezen
Fase twee is dat we de aldus afgebakende tekst aandachtig lezen, liefst meer dan eens, en liefst ook in meer dan één vertaling. Voordat we ons aan allerhande commentaren en handboeken uitleveren, is het goed om ongehaast en nauwkeurig te lezen wat de tekst ons zegt. Het is erg goed denkbaar dat de Heilige Geest ons dingen wil leren die we niet kant en klaar uit handboeken of commentaren meekrijgen. Onderschat daarom het belang van deze fase niet.
Hoe lees je nauwgezet? Vaste regels vallen haast niet te geven, maar een paar zaken vallen desondanks wel te noemen:
* let op ontwikkelingen in de richting van geloof of ongeloof bij degene wiens/wier leven we bestuderen? Kunnen we een bepaalde lijn in dat leven onderscheiden?
* Zijn er één of meer “scharnierpunten” in de omstandigheden van dat leven? Hoe wordt er op de cruciale momenten gereageerd?
* let op de tijdsaanduidingen. Staan er woorden in als “voordat”, “toen” of “daarna”. Daarmee wordt een volgorde of ontwikkeling in iemands leven aangegeven.
* Staan er beoordelingen in? Vinden we iets aangegeven in de trant van: ”hij deed het volk zondigen”, “het mishaagde de HERE”, “hij wandelde (niet) overeenkomstig de inzettingen des HEREN”, etc.?
* Is er een specifieke reden waarom hij of zij ten tonele gevoerd wordt? Kunnen we achterhalen wat de betekenis van deze persoon is.
Hoe lees je nauwgezet? Vaste regels vallen haast niet te geven, maar een paar zaken vallen desondanks wel te noemen:
* let op ontwikkelingen in de richting van geloof of ongeloof bij degene wiens/wier leven we bestuderen? Kunnen we een bepaalde lijn in dat leven onderscheiden?
* Zijn er één of meer “scharnierpunten” in de omstandigheden van dat leven? Hoe wordt er op de cruciale momenten gereageerd?
* let op de tijdsaanduidingen. Staan er woorden in als “voordat”, “toen” of “daarna”. Daarmee wordt een volgorde of ontwikkeling in iemands leven aangegeven.
* Staan er beoordelingen in? Vinden we iets aangegeven in de trant van: ”hij deed het volk zondigen”, “het mishaagde de HERE”, “hij wandelde (niet) overeenkomstig de inzettingen des HEREN”, etc.?
* Is er een specifieke reden waarom hij of zij ten tonele gevoerd wordt? Kunnen we achterhalen wat de betekenis van deze persoon is.
c. het verband
Dan is de laatste fase die van het wijdere verband. Ook hier vragen als:
* Wat is de betekenis van dat leven voor zijn/haar omgeving?
* Welke plaats heeft dat leven in het geheel van de (heils)geschiedenis
* Waarom is van dit leven eigenlijk melding gemaakt?
* Wat is de betekenis van dat leven voor zijn/haar omgeving?
* Welke plaats heeft dat leven in het geheel van de (heils)geschiedenis
* Waarom is van dit leven eigenlijk melding gemaakt?
d. de mogelijke betekenis van zijn of haar leven voor ons
Ook daar vallen vragen te stellen, zoals:
* Is er overeenkomst tussen de (uiterlijke) omstandigheden van zijn of haar leven en het onze?
* Zijn de dilemma’s of keuzes voor ons herkenbaar en invoelbaar?
* Kunnen we achterhalen of een bepaalde handelwijze juist is of niet? En ook waarom?
* Leren we iets over Gods wezen in de manier waarop Hij dat leven leidt of erop reageert?
* Is er overeenkomst tussen de (uiterlijke) omstandigheden van zijn of haar leven en het onze?
* Zijn de dilemma’s of keuzes voor ons herkenbaar en invoelbaar?
* Kunnen we achterhalen of een bepaalde handelwijze juist is of niet? En ook waarom?
* Leren we iets over Gods wezen in de manier waarop Hij dat leven leidt of erop reageert?
tenslotte
Het is van belang om bij het doen van Bijbelstudie alle regels in acht te nemen van goed lezen. Tegelijk is het ook een zaak van afhankelijkheid van de Geest van God. We doen er goed aan om zo’n studie vooraf te laten gaan van het gebed dat Hij ons in ons denken en reageren leidt. En dat we daarin kostbare lessen leren betreffende ook ons eigen leven en dat van degenen met wie we ons verbonden voelen.


