‘Toen maakte Debora zich op en ging met Barak naar...’ Voor de meeste mensen een normale, bijbelse zin. Moderne jongeren, die opgroeien met turbotaal en niet zo veel in de Bijbel lezen, zullen misschien denken dat het hier over cosmetica gaat in plaats van ‘zich reisvaardig maken’.
Uit een onderzoek van een paar jaar geleden blijkt dat toen al meer dan vijftig procent van de orthodox-protestantse jongeren de Statenvertaling niet begrijpt. ‘Gij kwaamt’, ‘gij zaagt’ en ‘mitsgaders’ zijn woorden die in het hedendaagse Nederlands niet meer begrepen worden en er eigenlijk ook niet meer in thuis horen. Ook de NBG-vertaling van 1951 is in taal sterk verouderd. Diverse andere vertalingen die in de laatste decennia verschenen, waren in feite lapwerk, revisies van bestaande vertalingen of parafrases.
Onze jongeren opvoeden met de Statenvertaling, zoals L.M.P. Scholten van de Gereformeerde Bijbelstichting (GBS) wil, lijkt ijdele hoop. Dat lukt nauwelijks meer. De kloof tussen de opgroeiende generatie en de Statenvertaling – en in iets mindere mate ook de NBG-vertaling ‘51 – lijkt in toenemende mate onoverbrugbaar. Alom groeit de behoefte aan een heldere, maar wel betrouwbare bijbelvertaling in begrijpelijk Nederlands.
Nieuwe Bijbelvertaling
De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van het Nederlands Bijbelgenootschap en de Katholieke Bijbelstichting is na tien jaar noeste arbeid bijna klaar. Dr. S.J. Noorda, voorzitter van de begeleidingscommissie, heeft hoge verwachtingen van de presentatie volgend jaar oktober. „Een nieuwe vertaling kan pas echt zijn aantrekkingskracht krijgen wanneer die daadwerkelijk gelezen kan worden en wanneer mensen erover gaan praten en erover gaan schrijven.“
Het eigene van de NBV ten opzichte van andere vertalingen is volgens Noorda dat zij makkelijk leesbaar is. „Het is een Nederlands dat wij vandaag de dag, als we redelijk geschoold zijn, als onze hedendaagse taal ervaren, zonder dat het een populaire taal is, zonder dat het een vereenvoudiging is van wat er in de Bijbel staat. De Groot-Nieuwsbijbel heeft heel nadrukkelijk geprobeerd om een taal te vinden op eenvoudig niveau voor eenvoudige taalgebruikers. De NBG-vertaling van 1951 heeft een taalgebruik van voor de Tweede Wereldoorlog. Want uiteindelijk is die vertaling al in de jaren dertig gemaakt. Dat staat heel ver van ons af. De vertaling van ‘51 maakt van de Bijbel een veel te ouderwets boek en de Groot-Nieuwsbijbel maakt van de Bijbel een veel te eenvoudig boek. In de NBV vind je herkenbaar, hedendaags Nederlands, maar wel op het vereiste niveau dat past bij ieder van de bijbelboeken.“
Vertaalstrategie
Vol verwachting werd in 1998 naar de eerste deeluitgave Werk in uitvoering uitgekeken. Veel bijbellezers moesten toen wel even slikken. Het was wel erg modern. Er kwam een discussie op gang over het gebruik van de Godsnaam ‘HEER’ en de bijbehorende persoonlijke voornaamwoorden met kleine letters. Maar de begeleidingscommissie ging op de ingeslagen weg verder. Vorige maand verscheen het derde en laatste deel.
Noorda: „Bijbelvertalingen zijn geen diplomatieke overlegprocessen waarin je adviezen krijgt van de ene of de andere kant. Je maakt een bijbelvertaling vanuit een bepaalde doelstelling, een vertaalstrategie, die we aan het begin van het proces aan alle mogelijke personen, kerken en organisaties hebben voorgelegd. Daarvan heeft men gezegd dat verantwoord te vinden en vervolgens zijn we als bijbelvertalers en begeleidingscommissie op dat spoor verder gegaan en dat impliceert tienduizenden keuzen.
Dat sommige gebruikers en kerken op sommige punten zo hun eigen voorkeuren hebben, begrijp ik wel, maar zo ga je een vertaling niet maken. Dan wordt het een lappendeken. Wij vinden dat we op een consequente manier vanuit de oorspronkelijke doelstelling die we met iedereen besproken hebben, een vertaling hebben gemaakt. Het uitgangspunt van de vertalers is steeds brontekstgetrouw en doeltaalgericht.“
Te ver
Noorda verwacht niet dat met een aanpassing van de NBV de herziening van de Statenvertaling voorkomen had kunnen worden.“ Wie de Statenvertaling wil lezen, al dan niet in een modern jasje, wil toch een heel ander type vertaling dan de NBV ooit kan en wil zijn. Dat laat zich niet met elkaar rijmen en ligt te ver van elkaar af.
Maar ik denk dat als de NBV eenmaal in omloop is en gelezen wordt, dat menigeen die vertrouwd is met de Statenvertaling de NBV tenminste ook graag daarnaast wil lezen. Het is ook mijn eigen ervaring dat er honderden passages zijn die je als ervaren lezer van de Statenvertaling of de NBG-vertaling nooit echt goed duidelijk geworden zijn. En dat je die in de NBV ineens heel helder voor ogen ziet, alsof er nieuwe stukken in de Bijbel staan die je nooit zo hebt gelezen. Ik heb die ervaring in veel van de profetische boeken en nogal eens in de brieven van Paulus en ook in sommige van de Oudtestamentische koningsverhalen. Die worden in deze vertaling zo prachtig opnieuw zichtbaar, dat je soms denkt dat je dit nog nooit goed gelezen hebt.
We hebben in deze vertaling veel nadrukkelijker gestreefd naar een zelfstandige, sterke Nederlandse tekst. En we hebben veel minder de grammatica, de zinsbouw en woordkeus van het Hebreeuws en het Grieks bepalend laten zijn voor de Nederlandse tekst. De Statenvertaling volgde een vertaalstrategie, waarbij je de woordkeus en de zinsbouw van het Hebreeuws en het Grieks als het ware door ziet schemeren in het Nederlands. Dat wilde de NBV beslist niet doen.
De planning is dat het geheel op 27 oktober 2004 gereed moet zijn. Alles onder het voorbehoud van Jacobus.“
Tot zover dr. Noorda.
Statenvertaling
Ds. B.J. van Vreeswijk is voorzitter van de stichting Herziening Statenvertaling, een initiatief van de Gereformeerde Bond. „Het besluit tot de herziening van de Statenvertaling is begin vorig jaar genomen. Toen is er gezocht naar medewerkers en is de stichting officieel opgericht.
Binnen de kerken was al veel langer het besef dat er een steeds grotere kloof ontstond tussen de Statenvertaling en de huidige spreek- en leestaal. In de jaren zeventig is er een interkerkelijk initiatief geweest op basis van consensus. De meest terughoudende deelnemer drukte zijn stempel op het resultaat: de zogenaamde Tukkerbijbel (1977), waarvan we achteraf zeggen dat het te mager is geweest. Het waren maar kleine aanpassingen.
Na een aantal jaren van verwerking heeft dat geleid tot de gedachte aan een nieuwe opzet. Er zijn studies gedaan en dat heeft geleid tot dit initiatief.“
Ds. Van Vreeswijk denkt niet dat het gestimuleerd is door de NBV. „De behoefte was er al. Ik kan me voorstellen dat er eerst gewacht is op de eerste proeven van de NBV. Daar zijn bezwaren op gekomen. Wil je in de rechterflank van de gereformeerde gezindte enig draagvlak vinden, dan is toch de Statenvertaling een groot goed. De NBV is voluit een nieuwe vertaling. En dat is voor velen een stap te ver. Maar ook ons initiatief is voor sommigen al een stap te ver.“
In de kerken worden doorgaans twee vertalingen gebruikt: de Statenvertaling en de NBG-vertaling van 1951. De kans bestaat dus dat het er straks drie of vier zullen worden. Maar ds. Van Vreeswijk verwacht niet dat het zo ver zal komen.
„In eerste instantie mikken we niet op het gebruik in de kerk, maar op het persoonlijk gebruik en gebruik voor school en catechese. Daar is het voor bedoeld. Een kleine groep zal zeker de oude Statenvertaling blijven gebruiken, de NBG-vertaling zal eruit raken en daarvoor in de plaats zal de NBV of de Herziene Statenvertaling kunnen komen.“
Verschil
De voorzitter is enthousiast over de eerste resultaten, die echt heel anders zijn dan de huidige Statenvertaling. „We hebben direct al gezegd dat het meer moet worden dan tweede naamvallen wegpoetsen, deelwoorden ontkoppelen en lange zinnen splitsen. Als je bezig bent, merk je dat je in de spanning terecht komt tussen enerzijds het hertalen van puur de Statenvertaling in een nieuw jasje en anderzijds de aanzet tot een verbeterde vertaling. De heer L.M.P. Scholten van de Gereformeerde Bijbelstichting heeft ons al verweten dat het beter een nieuwe vertaling genoemd kan worden. Wij vinden van niet. Het is een herziening van de Statenvertaling. Als ik de NBV naast gedeelten van ons leg, is dat wezenlijk anders.“
De verschillen zijn inderdaad duidelijk. De NBV is een wetenschappelijk en literair verantwoorde bijbelvertaling in modern Nederlands, de herziene Statenvertaling is eveneens in hedendaags Nederlands, maar veel meer theologisch geïnspireerd.
Zo’n veertig mensen – classici, theologen en neerlandici – zijn pro Deo met het hertalen bezig en zullen zeker vijf jaar nodig hebben. Hun periodieke resultaten worden door een resonansgroep bekeken, een meeleesgroep bestaande uit andere theologen en neerlandici, los van de vertaalgroepen. Zij geven commentaar en er volgt overleg om tot overeenstemming te komen. Blijvende verschillen worden door het bestuur beslecht. En het bestuur doet uiteindelijk ook de eindcheck.
„Prachtig werk,“ vindt Van Vreeswijk, „maar het kost enorm veel tijd. We zijn vorig jaar begonnen en we hopen volgend jaar juni met een deeluitgave te komen om vast iets te laten zien en vertrouwen te wekken. We ervaren ook duidelijke interesse vanuit evangelische kringen. De NBG-vertaling van ‘51 was natuurlijk al verouderd toen die verscheen.“
Toch zijn er mensen, zoals Scholten van de GBS, die koste wat het kost blijven vasthouden aan de originele Statenvertaling en jongeren daarmee willen opvoeden. Van Vreeswijk vindt dat niet realistisch. „Dan wordt er iets gesuggereerd wat op het grondvlak niet is waar te maken. Ik constateer al jaren dat mijn catechisanten er niets meer van begrijpen. Daar hoef ik geen onderzoek naar te doen.“
En terstond, toen Hij uit het water opsteeg, zag Hij de hemelen scheuren en de Geest als een duif op Zich nederdalen. En een stem [kwam] uit de hemelen: Gij zijt mijn Zoon, de geliefde; in U heb Ik mijn welbehagen. (Marcus 1:10,11 uit de NBG-vertaling ‘51.)
Op het moment dat hij omhoogkwam uit het water, zag hij de hemel openscheuren en de Geest in de vorm van een duif op zich neerdalen; en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde zoon, ik ben je welgezind.’ (Marcus 1:10,11 uit de Nieuwe Bijbelvertaling.)
En terstond, als Hij uit het water opklom, zag Hij de hemelen opengaan, en den Geest, gelijk een duif, op Hem nederdalen. En er geschiedde een stem uit de hemelen: Gij zijt Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb! (Marcus 1:10,11 uit de Statenvertaling.)
En direct toen Hij uit het water opkwam, zag Hij de hemelen scheuren en de Geest als een duif op Zich neerdalen. En er kwam een stem uit de hemelen: U bent Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb! (Marcus 1:10,11 uit de Herziene Statenvertaling.)
9 september 2010
Twee nieuwe bijbels in de maak
De Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van het Nederlands Bijbelgenootschap nadert haar voltooiing. De planning is dat de NBV op 27 oktober 2004 gepresenteerd gaat worden. Aan de andere kant wordt er hard gewerkt aan een herziening van de Statenvertaling. Het duurt nog even voordat die klaar is. Maar het wordt een wereld van verschil.
© foto:
Evangelische Omroep Pers

Op 5-3-2005 om 19:16 uur zei Kefman:
hey ik had ff een vraagje er waren toch stukken tekst in de nieuwe vertaling weggelaten???
hoe zit dan nu? (op de oude site stond er nog een artikel over dat zou ik graag weer willen zien)
Groetjes Kevin
jongerenexpress@tiscali.nl
hoe zit dan nu? (op de oude site stond er nog een artikel over dat zou ik graag weer willen zien)
Groetjes Kevin
jongerenexpress@tiscali.nl
Op 3-2-2005 om 16:19 uur zei Ben:
Ik verheug mij op de herziene statenbijbel vertaling.Dat deze vertaling theologsch meer geinspireerd moet blijven ben ik helemaal voor.Ik wens Gods rijke zegen en wijsheid aan al de medewerkers die aan deze nieuwe vertaling hun inzet geven.


