Meneer Hanse begroef vorig jaar zijn vrouw, pas 49 jaar. Hij was van huis uit wel gelovig, maar kwam niet meer in de kerk. Ik ontmoette hem op een ziekenhuiszaal. ‘En waar is uw vrouw nu?’ vroeg ik. Hij, opeens gretig: ‘Daar denk ik nou elke dag aan! Waar is ze nu? En nu ben ik zelf erg ziek.’ Hij zweeg. ‘Ik ben zo bang.’
Nog zo’n belangrijke vraag bracht Gerben, een zesjarig jongetje, onder woorden. Hij zei bij het graf waarin net zijn vader begraven was: ‘Waarom komt Jezus nu niet terug?’
Ik vind dat een van de moeilijkste vragen. ‘Het is volbracht,’ had de Zoon van God gezegd, die vrijdag tevoren. Drie dagen later kwam het ongehoorde bericht dat Hij was opgestaan. Waarom gaat de geschiedenis na Pasen dan nog door?
‘Wees niet bevreesd. Ere zij God in de hoge,’ zongen de engelen in het jaar nul. Een kort mensenleven later zei op paasmorgen een engel: ‘Hij is hier niet, Hij is opgewekt, wees niet bevreesd.’ Maar er is sindsdien veel gebleven om verschrikkelijk bang en verdrietig over te zijn. Onze doden zijn onbereikbaar. En wat verandert er wanneer Jezus terugkomt?
‘Waar bent u het meest bang voor?’ vroeg ik meneer Hanse. Want een zieke kent allerlei soorten angst. De eerste angst is de angst voor de pijn en het ziekbed. Voor die angst moet je de dokter hebben, die kan uitleggen wat hij doen kan.
De tweede angst is de angst voor het loslaten van wie (en ook: wat!) ons dierbaar is. Ars moriendi, de kunst van het sterven, heeft alles te maken met de kunst van het leven, de ars vivendi. We leven als pelgrims, voor wie alles belang-rijk kan zijn, maar niets blijvend. In dat besef kun je je oefenen: bezit, ambities, relaties, ze veranderen. Johannes beschrijft hoe Jezus voor Hij sterft een stap terug doet in de relatie met zijn moeder, en haar op zijn vriend wijst: Jezus, ziende op zijn moeder zei: ‘zie uw zoon...’
Levenskunst is: oefenen om elke dag te ontvangen als uit Gods hand. Het morgenlicht van weer een nieuwe dag zien als een teken van Gods barmhartigheid over ons leven (Klaagliederen 3:22,23). Veel mensen leven alsof ze maar één keer leven. Als je dat gelooft móét je er wel voor zorgen dat je niets tekort komt. Maar dat is geen levenskunst. Dan zijn wij niet van God, maar van onszelf. Als er niemand is die ons vasthoudt, dan moeten wij onszelf wel vasthouden met kunst en vliegwerk, met pillen en desnoods met bommen. Dan kun je ook niet zeggen: ‘Vader, in Uw handen beveel ik mijn geest.’ Dan kun je niet aan sterven denken.
De derde angst is de angst voor de dood en wat daarna komt. De christelijke kerk heeft eeuwenlang gezegd: ‘Ik geloof in de opstanding van het vlees en het eeuwige leven.’
Opstanding van het vlees. Niet: verlossing uit het vlees. Christelijk geloof is down to earth-geloof: dicht bij de aarde. Als we geloven dat God de Schepper is, dan is de aarde, de stoffelijkheid niet iets verkeerds waarvan je verlost moet worden. In het oude Griekenland en in het moderne Westen wordt vaak gedacht: je moet verlost worden van het lichaam. Het lichaam is een gevangenis, het trekt je ziel weg van de hemel, van God. Vreemd genoeg vinden we die gedachte ook bij sommige christenen. Maar het is bijbels om te zeggen: niks hoor, de aarde is ook van God. Ziel en lichaam behoren Hem toe, Hij zal beide nieuw maken.
10 september 2010
Waar zijn onze doden?
‘Als onze doden bij Hem zijn, dan zijn ze in goede handen’
Bijbelstudie bij 1 Corinthiërs 15: 12 t/m 28
‘Het is noodzakelijker de gedachte van de eeuwig rijke God
te koesteren dan de treurige macht van de dood teveel eer te geven.’
‘Het is volbracht,’ klinkt er die vrijdag. ‘Hij is opgestaan,’ klinkt drie dagen later. En sindsdien... draait de wereld verder. Christus overwon de dood. Maar waar zijn onze doden dan nu? Pastorale hulp aan mensen die sterven en rouwen is onvoldoende als op die vraag geen antwoord komt. Waarop mogen christenen volgens de Bijbel vertrouwen en geloven?
‘Het is noodzakelijker de gedachte van de eeuwig rijke God
te koesteren dan de treurige macht van de dood teveel eer te geven.’
‘Het is volbracht,’ klinkt er die vrijdag. ‘Hij is opgestaan,’ klinkt drie dagen later. En sindsdien... draait de wereld verder. Christus overwon de dood. Maar waar zijn onze doden dan nu? Pastorale hulp aan mensen die sterven en rouwen is onvoldoende als op die vraag geen antwoord komt. Waarop mogen christenen volgens de Bijbel vertrouwen en geloven?
Margriet van der Kooi:
'Wij gaan niet op in een oerzee, maar krijgen een nieuwe naam.'
‘De dood kan men slechts haten,’ las ik. Inderdaad, een vriend is de dood nooit – tenminste niet voor een christen. Dat is wel het geval in sommige godsdiensten en levensbeschouwingen waar de dood omarmd moet worden als een volgende fase die bij het leven hoort. Daar wordt ook geleerd dat je maar een druppel bent die terugvloeit in de oeroceaan. De Bijbel leert iets heel anders. In de Bijbel is de dood de laatste vijand, die wij niet willen en die God ook niet gewild heeft. Jezus werd toornig op de dood (Johannes 11:33): Hij versloeg de dood.
Wie in Jezus gelooft, gaat niet op in een grote oerzee, maar krijgt bij God een nieuwe naam (Openbaring 2:17). En een nieuw lichaam. Kortom: we zullen mét God bestaan, altijd en van aangezicht tot aangezicht. God zal alles in allen zijn. ‘Behalve U verlang ik niets,’ zingt Psalm 73:25.
Wie in Jezus gelooft, gaat niet op in een grote oerzee, maar krijgt bij God een nieuwe naam (Openbaring 2:17). En een nieuw lichaam. Kortom: we zullen mét God bestaan, altijd en van aangezicht tot aangezicht. God zal alles in allen zijn. ‘Behalve U verlang ik niets,’ zingt Psalm 73:25.
Margriet van der Kooi:
‘Als onze doden bij Hem zijn, dan zijn ze in goede handen.’
Dan moeten we elkaar kunnen vertellen, en graag in gewone taal, wat we geloven voor onze doden en voor onze eigen toekomst. Vroegere gene-raties hadden daar meer gedachten over dan huidige. Men stelde zich voor dat de mogelijkheden van een mens die op aarde beperkt zijn, bij God tot bloei zouden komen. Dus ook dat de gestorven kinde-ren als tot bloei gebrachte volwasse-nen zouden zijn. Dat hielp. God herstelt de relatie met de dode Jezus, Hij doet Hem lichamelijk (!) opstaan, als eerste van allen (1Corinthiërs 15:20) - zo doet Hij ook iets aan zijn relatie met onze doden.
Hoe kan een mens zijn sterfelijkheid aanvaarden? Dat heeft alles te maken met de weg die christenen van alle tijden in deze dagen hebben meebeleefd naar Pasen toe. De dood is geen vriend, maar een vijand, maar nooit meer een vijand om doodsbang voor te zijn. Als onze doden bij Hem zijn, en Hij bij ons - dan kunnen onze doden nooit ver van ons zijn.
Ik ontmoette een oude priester, herstellende van een groot infarct. ‘Ik had het goed gevonden als het nu afgelopen was geweest. Nee, ik ben niet levensmoe. Maar langzamerhand wil ik wel eens zien hoe het huis van mijn Vader eruit ziet. Ik verlang ernaar om altijd met de Heer te zijn.’
Ik moest denken aan een oude kerkvader, die op zijn sterfbed zei: Curiosus sum: ‘Ik ben zo benieuwd’.
Dát te kunnen zeggen!
Vragen
* Kun je in een paar zinnen je eigen credo (geloofsbelijdenis) over de dood en het hiernamaals formuleren?
* De ervaring leert dat het helpt om verschillende angsten van elkaar te onderscheiden. Welke angsten kom je op het spoor als je nadenkt over je eigen dood of die van een dierbare?
* Curiosus sum (Ik ben zo benieuwd’) – zou je dat boven je rouwkaart willen laten zetten?
Hoe kan een mens zijn sterfelijkheid aanvaarden? Dat heeft alles te maken met de weg die christenen van alle tijden in deze dagen hebben meebeleefd naar Pasen toe. De dood is geen vriend, maar een vijand, maar nooit meer een vijand om doodsbang voor te zijn. Als onze doden bij Hem zijn, en Hij bij ons - dan kunnen onze doden nooit ver van ons zijn.
Ik ontmoette een oude priester, herstellende van een groot infarct. ‘Ik had het goed gevonden als het nu afgelopen was geweest. Nee, ik ben niet levensmoe. Maar langzamerhand wil ik wel eens zien hoe het huis van mijn Vader eruit ziet. Ik verlang ernaar om altijd met de Heer te zijn.’
Ik moest denken aan een oude kerkvader, die op zijn sterfbed zei: Curiosus sum: ‘Ik ben zo benieuwd’.
Dát te kunnen zeggen!
Vragen
* Kun je in een paar zinnen je eigen credo (geloofsbelijdenis) over de dood en het hiernamaals formuleren?
* De ervaring leert dat het helpt om verschillende angsten van elkaar te onderscheiden. Welke angsten kom je op het spoor als je nadenkt over je eigen dood of die van een dierbare?
* Curiosus sum (Ik ben zo benieuwd’) – zou je dat boven je rouwkaart willen laten zetten?

Pagina:
2
- 1
laatste 5 reacties
Op 7-4-2005 om 7:32 uur zei Jan van Eekelen:
Waar zijn onze doden? Onze dierbaren die we hebben moeten verlaten zijn in een innerlijke rust, te vergelijken met het liggen op een luchtbed in een warme zee. Die zekerheid mag ik u geven, omdat ikzelf nog niet zo lang geleden die ervaring mee heb mogen maken. Onze dierbaren hebben ons niet verlaten; het is maar tijdelijk.
Op 3-4-2005 om 22:04 uur zei N Arends:
Deze uitspraak had ik aleens eerder gelezen en ik heb het opgeschreven, om het op mijn rouwkaart te laten zetten
Ook ik ben heel benieuwd
Ook ik ben heel benieuwd
Op 2-4-2005 om 18:50 uur zei peter suijkerbuijk:
mijn man peter is zaterdag 26 maart 2005 gestorven en ik wordt gek van verdriet hij laat een zoontje van 4 jaar achter waar is hij nu ??????????????????
Op 1-4-2005 om 20:56 uur zei Willem:
Mooi gemaakt.
Op 16-3-2005 om 14:39 uur zei Mattanja:
Wat ik helemaal mis in dit artikel is wat mensen met een Bijna-dood-ervaring hebben gezien en/of beleefd.
Zijn er mensen die daar iets over weten?
Mattanja
Zijn er mensen die daar iets over weten?
Mattanja
Pagina:
2
- 1


